Ecare. Puur voor zorg

Home > Echte verhalen > Zorggroep Oude en Nieuwe Land

Zorggroep Oude en Nieuwe Land

“Ik heb nooit gewerkt zoals heel veel andere mensen geleerd hebben te werken”

Bastiaan Willekes over veranderingen in de zorg

Veranderingen in de zorg, dat is iets waar Bastiaan Willekes over mee kan praten. Als manager zorg bij Zorggroep Oude en Nieuwe Land (ZONL) is hij getuige van een grote transformatie die binnen de organisatie gaande is. Na tijden van losgelaten beleid met als reactie strak sturen en toenemende aandacht van de Inspectie voor Gezondheidszorg kwam het inzicht dat het echt anders moet. Een nieuwe koers met onder andere de totstandkoming van zo’n vijftig zelfverantwoordelijke teams. Bastiaan Willekes vertelt over zijn ervaringen en over zijn visie op organiseren.

Wanneer kwam bij jullie het besef dat jullie de zorg anders moesten gaan organiseren?

Uiteindelijk was dat al zo’n zeven jaar geleden. Maar op het moment dat we ons het realiseerden, hadden we nog niet het repertoire ontwikkeld waarmee we het anders gingen doen. De eerste twee jaar na de omslag, toen we onze visie op Betrokken Zorg formuleerden, gingen heel goed. Maar na twee jaar sloop er een soort luiheid in. Mensen gingen dingen doen die ze leuk vonden maar ze overwogen niet of het echt nodig was. Toen is er best wat geld verbrand.

Dingen die leuk zijn?

We lieten bijvoorbeeld een mooie zaal bouwen ergens in een verzorgingstehuis, die vervolgens geen euro opleverde. Het is leuk om een zaal te hebben maar voor wie bouw je het? En hoe zorg je dat je ruimtes geld opleveren? Er ging veel geld naar uiterlijke zaken waarvan je nu kunt zeggen dat de organisatie en de zorg er niet beter van werden. Toen moest er hard gereorganiseerd worden. Want iedereen snapte wel dat we de organisatie niet echt toekomstbestendig hadden gemaakt in de afgelopen jaren. Dat zien we ook bij andere zorgorganisaties en heeft als consequentie dat het dan vooral gaat over concurreren, krimpen, aanpassen en verschralen. Dan wordt het niet beter, ontstaat er geen samenwerking en hebben zorgvragers het nakijken.

De wereld van de zorg zit in een paradigmashift (een drastische verandering van het beeld op de zorg). Daar kun je op twee manieren naar kijken en mee omgaan. Maar er is maar één manier die leidt tot de fundamentele verandering en dat is als je vanuit het nieuwe paradigma kijkt naar de huidige wereld. Dan stel je de vraag: “hoe gaan we het aanpakken?” Wat heel veel mensen doen is dat ze vanuit het huidige beeld op de zorg kijken naar het paradigma, en als ze daarnaar toe willen proberen ze dat op de oude manier te bereiken. Die oude manier moet juist losgelaten worden om het te bereiken. Dat is voor velen lastig. Er is tijd voor nodig om aan die gedachte te wennen, en ook successen bij organisaties die doorzetten. Hopelijk zijn wij dat straks.

Waar in deze verschuiving horen jullie nu te staan?

Volgens mij hoef je niet per se al ergens te staan, maar het gaat erom dat je heel consequent moet zijn over hoe je die verandering aanpakt. Je hebt een bestaande organisatie, daar gebeuren allemaal dingen in die moeten ook opgelost moeten worden. En natuurlijk moet er ook geld binnenkomen die de ‘andere kant’ kan financieren. Maar tegelijk gaat deze andere kant vanzelf geld opleveren. Dus de vraag is: ‘moet je het oude in stand houden om het nieuwe te financieren, of is het financiële probleem opgelost als de nieuwe situatie vorm krijgt’?

Je sprak zojuist over Betrokken Zorg. Wat houdt dat precies in?

Onze medewerkers zijn heel erg betrokkenen en actief. Ze werken hier niet alleen maar ze wonen hier ook in de buurt. Ze zijn onderdeel van de gemeenschappen en actief in sportverenigingen, kerken en plaatselijke belangen. Tachtig tot negentig procent van de mensen die in deze regio wonen, hebben linksom of rechtsom wel een familielid die bij ons werkt, zorg van ons krijgt, of lid zijn van de ledenvereniging. Het is onze kracht dat we zo in de maatschappij verweven zijn. Zes jaar geleden werd de titel van onze visie: Betrokken Zorg. Maar dat hadden we niet helemaal goed uitgelegd. Mensen kregen het beeld dat dat nieuw was, en alsof het daarvoor niet zo was. “Deden we het vroeger niet goed dan?”, werd ons gevraagd. Toen antwoordden we dat ze juist heel betrokken waren en dat het daarom de titel van onze visie werd. Het is een erkenning van waarin we al goed waren.

Past de veranderde organisatie beter bij je?

Hoe ga ik dit uitleggen zonder arrogant te klinken? Het is gewoon wie ik ben. Ik heb nooit gewerkt zoals heel veel andere mensen gewend waren en geleerd hebben te werken. Ik ben altijd bezig het beste uit mensen te halen. Dat doe ik door vooral heel doordacht dingen niet te doen, in plaats van alles te doen wat mensen van je verwachten. Blijkbaar heb ik hier in mijn jaren dingen gedaan die, ondanks de reorganisatie, legitimeren dat ik hier nog zit.

Zoals?

Ik ben altijd bezig geweest om mensen te helpen de goeie dingen te doen. Als ik de ondernemersraad of cliëntenraad informeer, dan neem ik bijvoorbeeld iemand uit het serviceteam, een teamcoach en teamleden van de zorgteams mee uit de dagelijkse praktijk. Zij kunnen dan hun verhaal vertellen. Ik kan wel zeggen hoe goed het gaat, maar ik heb liever dat zij dat vertellen. Dat zijn wel leuke dingen want je proeft de energie. Je ervaart dan ook de energie van de mensen in de teams. Die hebben het niet makkelijk hoor. Zijn erg druk en hebben helemaal geen tijd om met elkaar in gesprek te gaan. En toch zijn ze hartstikke enthousiast en blij over de manier waarop ze bezig zijn met elkaar.

Waar zit ‘m dat dan in, dat ze zo blij worden?

Ze mogen weer zelf organiseren. Dat doen ze als het leuk is maar als ook als het niet leuk is. Een veel gehoord geluid is wel dat ze in het diepe gegooid zijn. Gelukkig merken we dat zorgverleners snel leren om dingen binnen het team bespreekbaar te maken. Teams kunnen gewoon heel goed zelf organiseren. Dat konden ze altijd al, maar wij hebben heel lang gedacht dat ze dat niet kunnen.

Hoe kijkt de inspectie nu naar jullie?

Ik denk dat ze ons nu meer ruimte geven. Ze hebben ook aan onze zorgverleners gevraagd of ze met hun mee mochten kijken. Maar onze medewerkers zijn nog niet gewend om te vertellen waarom ze bepaalde keuzes maken. De inspectie kijkt daarom ook naar de verantwoording. Als het niet goed op papier staat, dan is het ook niet goed. Dat is natuurlijk ook niet zo. Het helpt wel als datgene wat je doet klopt met wat op papier staat. En als dat afwijkt moet je je afvragen hoe dat kan. We werken nu met het Puur zorgdossier van Ecare. Het mooie van Puur in vergelijking met papier is dat je constant kunt volgen wat je doet. “Behalen we nog steeds wat we gedacht hadden te behalen?”

Dat zien de zorgverleners ook als hulpmiddel?

De zorgverleners zijn heel blij met deze manier van werken. Ik denk dat ze echt nog aan het begin staan van het erkennen van de specifieke situatie van iedere cliënt. Ze weten nog niet altijd hoe ze met het netwerk van cliënten kunnen samenwerken. Ze kennen het netwerk wel, maar ze vinden ook nog dat wij degene zijn die moeten uitvoeren omdat wij weten hoe het moet. Wijkverpleegkundigen kunnen bijvoorbeeld heel goed aan naasten uitleggen hoe ze bij iemand insuline moeten spuiten. Maar ik denk dat het nog een hele grote stap is voor onze zorgverleners om te zeggen: “ik ga jou uitleggen hoe jij mijn werk zo goed mogelijk kan uitvoeren”. Hierdoor is het ineens niet meer jouw werk, maar ben jij degene die daarop monitort. Het lijkt mij geweldig om verpleegkundige handelingen aan bijvoorbeeld de buurman van een cliënt uit te leggen. Dan gaan ze daarna nog even gezellig koffiedrinken en delen. Dan hebben ze meer contact dan alleen een vluchtig ‘goedemorgen’ over de heg.

Maar dit soort maatschappelijke veranderingen gaan natuurlijk nooit plaatsvinden vanuit de bestaande bestuurlijke lagen. Ze willen het allemaal wel heel graag maar ze zien niet dat zij juist het probleem zijn. Hoogleraar Jan Rotmans hield laatst een verhaal voor de provincie Overijssel. Het ging over noaberschap (burenhulp), wat in deze provincie heel groot is. En toen zei hij: als je ziet dat burgers elkaar met raad en daad bijstaan, dan hebben we toch eigenlijk helemaal geen provincie nodig? We hadden ‘m ooit, en dat blijft dan in stand. Maar wat voegt het nog toe? Als noaberschap iets is van dorpen en wijken, dan heb je toch niks aan een provincie? Dat is ook wel mijn beeld. Die provincie krijgt zulke sociale zorg nooit voor elkaar. Tenzij ze haar eigen bestaan ondergeschikt maakt aan dat van de burgers.

Heb je tot slot nog tips voor andere organisaties die denken dat het anders moet?

Ik denk dat het ontzettend belangrijk is dat je het echt in z’n volledigheid en volle consequentie doet. Als je nog een organisatie bent met een beslissende top, dat iedereen in die top het dan ook echt wil en bereid is daar ondergeschikt aan te zijn. Dus ook als dat betekent dat jezelf eigenlijk geen bijdrage kunt leveren. Of dat jij op de verkeerde plek zit. En dat is voor velen best moeilijk. Dus je moet het wel echt willen en doorzetten. En anders ga je het half doen en schiet het voor geen meter op en blijf je geconfronteerd met de huidige problemen.

www.zorggroep-onl.nl

© 2016 Copyright, All rights reserved

Made by Grphx & Webrr