Let op! Uw browser is verouderd, dit kan negatief effect hebben op de gebruikerservaring. Download Chrome
X
20 oktober 2026

Meerdere behandelaren, één dossier: zo houd je overzicht in complexe GGZ-trajecten

Blog

Een cliënt met een complexe hulpvraag ziet in een paar maanden tijd een psychiater, een gz-psycholoog, een verpleegkundig specialist en een maatschappelijk werker. Ieder kijkt vanuit een ander vakgebied naar dezelfde persoon. Ieder rapporteert. En regelmatig zit iedereen samen aan tafel in het MDO om de puzzelstukjes bij elkaar te leggen.


Complexe S-GGZ-trajecten draaien zelden om één behandelaar. Ze draaien om een team dat over een langere periode met elkaar moet samenwerken, zonder dat iemand het overzicht kwijtraakt. Dat overzicht valt of staat met hoe het dossier is ingericht.

Zorgverlener ggz behandelaar 1000px

Eén dossier, meerdere vakgebieden

Bij veel systemen werkt iedere discipline in een eigen hoekje van het dossier, met eigen formulieren en een eigen logica. Dat werkt op zichzelf, tot het moment waarop een psychiater wil weten wat de maatschappelijk werker vorige week heeft vastgesteld, of een verpleegkundig specialist zoekt naar het laatste behandelplan van de psycholoog.


PUUR. bouwt het dossier op vanuit één bodemplaat. Een cliënt heeft één dossier, en elke discipline krijgt daarbinnen een eigen professionele omgeving. Werk je als psycholoog, dan ziet PUUR. er anders uit en ondersteunt het andere taken dan voor een collega op de administratie of een verpleegkundig specialist.


De informatie zelf blijft gewoon één geheel. Niemand hoeft over te stappen naar een ander systeem of scherm om te zien wat een collega van een andere discipline heeft vastgelegd.

Overdracht en MDO: hetzelfde overzicht, ongeacht wie er kijkt

In een complex traject wisselt de betrokken behandelaar regelmatig. Soms door een overdracht, soms simpelweg omdat een cliënt op enig moment met meerdere disciplines tegelijk te maken heeft.


Diagnose- en classificatie-informatie, zoals de DSM-5-classificatie en de diagnosehoofdgroep, stroomt in PUUR. automatisch door van intake naar dossier en blijft gedurende de hele behandeling actueel. Een collega die instapt, hoeft dus niet eerst op zoek naar de stand van zaken. Die staat er al.


Voor het MDO betekent dit hetzelfde voordeel. Het team bespreekt de actuele situatie vanuit één bron, in plaats van dat iedereen zijn eigen aantekeningen meeneemt en de puzzel ter plekke moet leggen.

Lange trajecten vragen om continuïteit, ook na een tijdje stilte

Complexe trajecten lopen zelden in een rechte lijn. Een cliënt stopt, komt later terug, valt soms terug in oude klachten. Bij een heraanmelding ontstaat dan een praktische vraag: begin je helemaal opnieuw, of pak je de behandelgeschiedenis weer op?


PUUR. bepaalt op basis van vooraf ingestelde regels of een bestaand zorgtrajectnummer opnieuw bruikbaar is. Een terugkerende cliënt hoeft daardoor niet als volledig nieuwe cliënt door het hele proces heen, met alle behandelaren die opnieuw vanaf nul moeten beginnen.


Die continuïteit is precies wat een complex traject nodig heeft: de geschiedenis van een cliënt blijft intact, ook als de behandeling een tijdje stil lag.

Samenwerking stopt niet bij de voordeur van de instelling

Complexe casuïstiek betrekt vaak meer partijen dan alleen het eigen team. Denk aan de huisarts die op de hoogte moet blijven, een ziekenhuis rond een somatische component, of een apotheek voor medicatiebewaking.


PUUR. is opgezet als open systeem en koppelt met de software van huisartsen, ziekenhuizen en apotheken. Leg je zorginformatie vast volgens landelijke standaarden, zoals zibs, dan kun je die informatie eenduidig delen met deze partijen, in plaats van steeds een nieuw document op te stellen met dezelfde inhoud.


Bij een langdurig, meerkoppig traject scheelt dat behoorlijk wat coördinatie die anders per e-mail, telefoon of losse brief zou moeten lopen.

Zorgvuldigheid aan de voorkant voorkomt problemen achterin

Complexe trajecten beginnen vaak met een intake waarin veel op het spel staat. Denk aan het suïcidaliteitsbeleid en de DSM-5-classificatie, onderdelen die je zorgvuldig moet vastleggen voordat de behandeling goed op gang komt.


PUUR. bouwt validaties in tijdens de intake zelf, zodat je deze onderdelen niet per ongeluk overslaat. Dat is precies bij complexe casuïstiek belangrijk: een compleet dossier vanaf het begin voorkomt dat een team later, middenin een lastig traject, alsnog ontbrekende basisinformatie moet achterhalen.

Wat overzicht in een complex traject in de praktijk betekent

Zet je alle onderdelen naast elkaar, dan zie je een paar concrete voordelen voor S-GGZ-trajecten met meerdere behandelaren:

  • Eén cliëntdossier met een eigen werkomgeving per discipline, zonder dat informatie versnippert.
  • Diagnose- en classificatiegegevens die automatisch meereizen, zichtbaar voor iedereen die betrokken is.
  • Een MDO dat start vanuit actuele, gedeelde informatie in plaats van losse aantekeningen.
  • Continuïteit bij heraanmelding, via hergebruik van een bestaand zorgtrajectnummer.
  • Interoperabiliteit met huisarts, ziekenhuis en apotheek voor coördinatie buiten de eigen instelling.
  • Validaties tijdens de intake die voorkomen dat cruciale informatie later alsnog ontbreekt.

Hoeveel overzicht heeft jullie team eigenlijk bij een complex traject?

Denk aan een cliënt met meerdere behandelaren die al langer in zorg is.


Weet iedereen in het team op elk moment wat de actuele stand van zaken is? Hoeveel tijd gaat er in een MDO verloren aan het bijpraten in plaats van het bespreken van de behandeling zelf? En wat gebeurt er als deze cliënt over een half jaar terugkomt?


Bij complexe casuïstiek is dat geen theoretische vraag. Het bepaalt hoe snel een team kan schakelen op het moment dat het nodig is.

Veelgestelde vragen over EPD-ondersteuning bij complexe GGZ-trajecten

Hoe zorgt een EPD voor overzicht als meerdere behandelaren bij één cliënt betrokken zijn?

Door alle disciplines te laten werken vanuit één cliëntdossier, met een eigen professionele omgeving per discipline. Iedereen ziet dezelfde actuele informatie, zonder over te stappen naar een ander systeem.


Wat gebeurt er met diagnose-informatie als meerdere behandelaren dezelfde cliënt zien?

Diagnose- en classificatiegegevens, zoals de DSM-5-classificatie, stromen automatisch door van intake naar dossier en blijven actueel gedurende de hele behandeling. Iedere betrokken behandelaar werkt dus vanuit dezelfde informatie.


Hoe ondersteunt een EPD continuïteit bij een langdurig of onderbroken traject?

Bij een heraanmelding bepaalt PUUR. op basis van vooraf ingestelde regels of je een bestaand zorgtrajectnummer opnieuw kunt gebruiken, zodat de behandelgeschiedenis van een cliënt behouden blijft.


Hoe helpt interoperabiliteit bij complexe trajecten met meerdere zorgverleners?

Door zorginformatie vast te leggen volgens landelijke standaarden, zoals zibs, deel je gegevens eenduidig met bijvoorbeeld de huisarts of het ziekenhuis, zonder daarvoor steeds een apart document op te stellen.

Van losse puzzelstukjes naar één gedeeld overzicht

Complexe S-GGZ-trajecten vragen om een team dat op elkaar kan bouwen, ook als behandelaren wisselen, een traject een tijdje stilligt of externe partijen meekijken.


Een EPD dat dat overzicht vanaf de basis goed regelt, bespaart een team niet alleen tijd. Het voorkomt dat cruciale informatie tussen wal en schip valt op precies het moment dat een cliënt het meest gebaat is bij een team dat elkaar goed volgt.

Benieuwd hoe PUUR. grip geeft op complexe trajecten met meerdere behandelaren?

Nog niet uitgelezen?

Meer GGZ nieuws